USA 2010 – Utah, Nevada and California

Het laatste deel van de roadtrip die ons eerder al delen van California, Oregon, Washington, Idaho, Montana en Wyoming liet zien! Het volgen van de transcontinentale spoorlijn van Union Pacific bracht ons in Evanston, een grensstadje tussen Wyoming en Utah. Op 27 september, rond 10u ’s morgens reden we de staatsgrens over en begaven we ons via highway 80 richting Salt Lake City. De tijdsdruk werd wel wat groter, binnen 4 dagen hadden we immers onze terugvlucht naar Parijs.

Warme temperaturen, staalblauwe hemel, ideaal fotografeerweer voor de derde dag op rij. Highway 80 bracht ons in Echo Canyon, een erg mooie vallei waar het spoor nooit ver van de autosnelweg ligt. Dit maakte het mogelijk om enkele cargo’s in te halen en meerdere keren te fotograferen. We begonnen ons als echte ‘railfans’ te gedragen. Doordat we wel al in Nevada wilden overnachten hadden we helaas niet al te veel tijd om hier veel tijd te verliezen. Eens Echo Canyon verlaat te hebben reden we in één ruk naar de zoutmeren rondom Salt Lake City.

In Salt lake City was het een beetje gokken welke spoorlijn de meeste goederentreinen genoot. We kozen voor de meest zuidelijke spoorlijn, die in Wendover de grens met Nevada zou oversteken. Maar dat bleek dus niet de goede keuze, op een ballasttrein na kregen onze lenzen niets voorgeschoteld. Terwijl we in het heenrijden toch enkele treinen hadden ingehaald en we bijna twee uur lang in de verzengende hitte, omsingeld door schietgrage jagers, op een panoramisch uitzichtpunt geduld uitoefenden. Verkeerde keuze dus!

 

Na een tussenstop op de Bonneville race track, waar we onze huurauto tot het uiterste dreven, reden we Wendover binnen. Vanaf hier ben je in Nevada en daar kan je niet naastkijken. Het ene casino naast het andere kom je hier tegen. Erger was het volgende dorpje, waar de enige bewoonbare panden casino’s, hoerententen en fast-foodetablissementen zijn. De rest lag er vervallen bij, motels incluis. Dat lieten we dus maar snel achter ons. De spoorlijn zag er meer dan bereden uit, maar een trein hebben we niet meer gezien. We besloten maar zoveel mogelijk mijlen te rijden en zo eindigden we de dag in Winnemucca.

 

28 september, Donner Pass

De dag begon veelbelovend met de ene ‘horn’ na de andere. Eens we echter op de baan waren en een fotomogelijkheid vonden was het spitsuur al voorbij. Eén kolentrein konden we nog fotograferen, in Mill City, maar ’t was eerder een panic shot. Daarna werd er enkel nog een maintenance voertuig op de rails gespot. Navraag leerde ons dat de spoorlijn voor de ‘next couple of hours’ buiten dienst werd gesteld. We wisten dus wat er ons te doen stond: kilometers afmalen en hopen om nog iets te kunnen fotograferen op de Donner Pass, de legendarische bergpas tussen Californië (Sacramento) en Nevada (Reno).

Amper voorbereid is een fotopunt vinden op deze bergpas nu ook wel geen evidentie. Daarbij komt ook nog maar eens de grilligheid van het goederenverkeer kijken. Op enkele fotopunten hadden we tevergeefs onze fotoapparatuur bovengehaald. We wisten wel ongeveer het uur van de Amtrakpassage (passeert éénmaal per dag in elke richting) dus dat was wel een shot dat quasi zeker was. Een geluk hadden we als we een uurtje later dan toch het geluid van een naderende cargo hoorden. Een double stack die de lange afdaling richting Sacramento had ingezet. Zonder twijfel een lijn met vele mogelijkheden, maar een gids zou welkom zijn om de moeilijk bereikbare plaatsen aan te wijzen. Je bent immers niet geneigd om aan een lange hike te beginnen als je niet zeker weet dat het ook iets gaat opbrengen, temperaturen waren erg hoog en je denkt toch ook constant aan de mogelijkheid om een encounter met een beer te hebben.

 

29 september, pech onderweg

We waren vol goeie moed om nog wat cargoverkeer op de Donner Pass te fotograferen. Maar de angst dat onze Kia Sorento het zou begeven werd werkelijkheid toen we op een ietwat steile helling onze auto in beweging wilden zetten. Geen beweging meer in te krijgen (overbrenging had het begeven) en we moesten op enkele passanten beroep doen om de auto naar een oprit te duwen. We zagen het immers niet zitten om via de telefoon een uitleg beginnen te doen over waar we nu precies waren.

Na een dik uur werden we dan door een takelwagen opgepikt. Al de bagage in en op de takelwagen gemonteerd, auto aangehaakt en dan chasen richting garage. Dan werd het telefoonspelletje verder gezet…De chauffeur van de takelwagen had ons eigenlijk naar een filiaal van de verhuurmaatschappij moeten brengen, maar die man had dat niet door. Dus hebben we langer dan voorzien zitten koekeloeren in de garage. Vervolgens werden we terug opgepikt door dezelfde takelwagen, terug al de bagage in alle mogelijke holtes gestopt en afgezet aan een filiaal. Maar dan bleek dat die geen wagen meer hadden. Uiteindelijk nog door een werknemer naar een ander filiaal gebracht waar we uiteindelijk een witte ‘van’ kregen met 100km op de teller. In ieder geval, ’t was ondertussen 17u, we hadden reuze honger en van fotograferen was die dag totdantoe niets in huis gekomen. Een burger in de in-n-out moest onze dag snel vergeten! Bij valavond slaagden we er dan toch nog in om een trein te fotograferen, een typische commuter train. We stopten voor een frisse pint in het studentenstadje Davis, ooit de meest fietsvriendelijke stad van Californië.

 

30 september, going home

Onze Air France vlucht richting Parijs vertrok iets na de middag. We wilden eigenlijk nog een opname maken die ons de eerste dag niet was gelukt: een foto van een cargo langs San Pablo Bay. We kregen er helaas enkel passagierstreinen voorgeschoteld, en net als we in de auto stapten zagen we de double stack freight train onze neus passeren. Het geluk zat ons dus echt niet meer de laatste dagen…

 

Uiteindelijk hebben we ons zeker wel geamuseerd, heel wat mooie dingen gezien…De natuur blijft echt overweldigend. De uitgestrekte landschappen is toch iets dat je je niet kan voorstellen als je nog nooit buiten Europa hebt gereisd (Scandinavië niet meegerekend denk ik wel). Misschien achteraf gezien wel iets te veel willen doen, waardoor je op geen enkele plek echt ten volle kan genieten. Daarnaast is ook wel duidelijk gebleken dat je afhankelijk bent van het weer, en dat je dat nu eenmaal niet in de hand hebt…

Maar we gaan terug, that’s a fact!